VZA
VZA Amsterdam en omstreken
Per jaar worden er bijna 300.000 vervoersbewegingen uitgevoerd.
Naar het aantal kilometers (rond het 4 miljoen)
Gemeten rijdt VZA per jaar bijna 100 keer de wereld rond!
Niet alleen heeft VZA de directe zorg voor de uitvoering van het vervoer.
Daarnaast is er met een eigen regionale meldkamer een regiefunctie.
Kwaliteit van ambulancezorg en zorg- & welzijnsvervoer staan bij VZA altijd voorop.
Dat uit zich in de professionalisering van het personeel dat via opleidingen, interne scholingen en
Onder meer werkbesprekingen, op peil wordt gehouden; tevens heeft VZA de beschikking over een modern wagenpark en bestaat er een constante alertheid voor mogelijke verbeteringen van de bedrijfsvoering.
Deze constante zorg voor continuïteit en kwaliteit maakt dat VZA het credo voert:"met zorg op weg"
Bij VZA Ambulancedienst Amsterdam en Omstreken zijn ruim 200 mensen als rijdend personeel werkzaam.
Vestigingen van VZA Ambulancedienst Amsterdam en Omstreken bevinden zich in Aalsmeer, Amstelveen,
Amsterdam, Hoofddorp, Monnickendam, Purmerend en Zaandam.
Het aantal ambulance-inzette bedraagt per jaar ongeveer 67.500. Het wagenpark bestaat uit 45 ambulances.
Sinds 2003 is VZA Ambulancedienst Amsterdam en Omstreken gecertificeerd.
De geschiedenis van VZA gaat eigenlijk terug tot 1905, toen in Amsterdam één van de eerste Nederlandse particuliere ambulancebedrijven tot stand kwam.
Dit bedrijf behoorde tot de vier vervoerders die samengingen onder de naam Verenigd Ziekenvervoer Amsterdam (V.Z.A.).
De veelheid aan tot de oprichting van het Verenigd Ziekenvervoer Amsterdam bestaande bedrijfjes kwam de overzichtelijkheid niet ten goede en de concurrentie was zwaar.
Geleidelijk ontstond het besef dat samenwerking een goede zaak kon zijn.
Daar kwam bij dat het ziekenvervoer tijdens, maar ook direct na de Tweede Wereldoorlog grote problemen ondervond. Voertuigen waren gevorderd of hadden stilgestaan door gebrek aan brandstof en onderdelen. Na de oorlog waren alleen gebruikte auto's beschikbaar via de Marshall-hulp, het Rode Kruis of aan de andere kant.
Dit gold ook voor de nieuwe particuliere vervoerders Veenstra, Verhagen en Algemeen Ziekenvervoer.
Het ontstaan van VZA
Door allerlei ontwikkelingen tijdens en na de oorlog zoals de totstandkoming van ziekenfondswet van 1941,
waarbij was vastgelegd dat verzekerde patiënten recht hadden op vervoer en de vervoerders daarmee op
vergoeding, nam het werk flink toe. Hierdoor ontstonden geleidelijk gedachten en behoefte aan een
onderscheid in klinisch en poliklinisch vervoer. Dit inzicht ontwikkelde zich ook bij de particuliere vervoerders
en er waren gesprekken op gang gekomen om te komen tot één organisatie. Dan zou, naar Rotterdams model,
het poliklinisch vervoer door particuliere vervoerders verricht kunnen worden.
1957-1982
Op 28 februari 1957 werd een notariële akte opgesteld ter vestiging van de N.V. Verenigt Ziekenvervoer
Amsterdam, waarbij de heren G. Veenstra en J. van Baaren als oprichters en bestuurders optraden, met inbreng van ziekenvervoersbedrijven Veenstra en Verhagen.
In april trad het uit 1905 daterende EPMA/NAZO v/h Dr. Essers toe tot VZA. Op basis hiervan werd contact gezocht met de Vereniging van Amsterdamse Ziekenfondsen.
Uiteindelijk werd het gewenste contract gesloten per 01-01-1959. Dit werd in 1962 uitgebreid
met het gebied Amsterdam Noord, nadat op 1 april 1962 de notariële overeenkomst van overname van het tot dat moment daar nog solo opererende Algemeen Ziekenvervoer N.V. door VZA was gesloten.
Al vrij snel in de beginfase begon VZA te groeien. Het contract met de ziekenfondsen betekende een solide basis doordat men van werk verzekerd was.
Gestage namen werk, personeel en voertuigen in aantal toe.
Ook waren er veel ontwikkelingen op het gebied van de uitrusting en de opleiding van de bemanning.
De ambulancetak was het startpunt van het bedrijf en heeft vooral in de eerste jaren het gezicht bepaald.
Al snel kwam ook het zittend ambulancevervoer tot ontwikkeling.
Er trad nogal wat vermenging op. Uit hoofde van efficiëntie werd het werk zo gunstig mogelijk verdeeld.
Dit betekende dat het personeel alle soorten vervoer deed en dat er de nodige voertuigen waren die zowel rolstoel/zittend vervoerd konden doen als liggend vervoer.
Het werk werd uitbesteed vanuit de eigen centrale.
Deze verwerkte de vervoersaanvragen voor ziekenfondspatiënten die vooral van de ziekenhuizen afkwamen. Ook huisartsen konden via een apart nummer de centrale bellen voor presentaties of huisongevallen vooral van ziekenfondspatiënten.
Midden jaren tachtig beëindigde de sinds 1962 in Amsterdam werkzame Eerste Particuliere Diemer Ambulance (EPDA) geleidelijk aan haar activiteiten. Het ambulancewerk werd daarbij onder de andere vervoerders verdeeld.
De VZA nam al het zittend vervoer over, inclusief het aandeel daarin van de GG&GD. Een deel van het personeel van de EPDA kwam in dienst van VZA. Vervolgens nam VZA in 1986 de Amsterdamse tak van Algemeen Ziekenvervoer broeder de Vries over.
1982-1990
Deze verschuivingen hadden grote gevolgen; er waren nu nog maar twee,
Vrijwel even grote ambulancediensten in Amsterdam: één gemeentelijke en één particuliere.
De CPA was gewend af en toe spoedritten uit te geven aan een particuliere vervoerder, maar van verschillende kanten werd aangedrongen op een andere regeling.
Uit oogpunt van efficiëntie en belang van de patiënt die immers in spoedgevallen zo snel mogelijk een ambulance voor de deur wil, kwam men uit op een "fifty-fifty"-verdeling: beide de helft van de spoedritten en beide de helft van het aantal bestelde vervoer.
De GG & GD ging hiermee akkoord.
Er komt steeds meer duidelijkheid over de taakverdeling en de samenwerking. De ambulancedienst van
VZA wordt ook ingeschakeld bij calamiteiten en staat stand-by bij branden en evenementen zodat
uiteindelijk hetzelfde werk als de GG&GD gedaan wordt.
1990-2000
Toen in Amsterdam rust was gevonden en men daar kon werken aan inhoudelijke verbeteringen, verruimde
VZA de blik. Eerst keek men naar de directe omgeving van Amsterdam. Ten zuiden van Amsterdam, in
Uithoorn en Aalsmeer, zaten twee kleine vervoersbedrijven die ook ambulancehulpverlening in hun pakket hadden zitten. De Uithoornse dienst werd door VZA overgenomen op 1 oktober 1990 en die in Aalsmeer op1 april 1991.
Door deze overnames bestreek VZA een aaneengesloten gebied.
Wat verder van Amsterdam, in Zwolle en omgeving, opereerde de GGD IJssel Vecht met zes ambulances, een VC -wagen en een CPA.
Ten aanzien van deze dienst was een heroverweging van taken en prioriteiten
gemaakt. De gemeente zocht naar afstoting en VZA toonde belangstelling voor het bedrijf.
Op 1 juli 1992 was de overname een feit: de auto's kregen VZA-striping, het personeel behield de lokaal
bepaalde uitrusting. De VZA-periode duurde niet lang: per 1 juli 1994 is het bedrijf verzelfstandigd en heeft zich ontwikkeld tot Regionale Ambulance Voorziening (RAV) IJssel Vecht.
De formele banden met VZA zijn verbroken.
2000-heden
VZA besloot te kiezen voor een regionale benadering, dat wil zeggen de regio Amsterdam en omstreken en de vleugels niet meer verder uit te slaan. Dit werd mede ingegeven door de meer regionaal gerichte
ontwikkeling van de gezondheidszorg door zorgverzekeraars en de ambulancediensten in Regionale Ambulance Voorzieningen.
Het begin van het nieuwe millennium laat dan een beeld van overnames zien dat vergelijkbaar is met de
beginjaren van V.Z.A. Twee relatief grote diensten in de directe omgeving van Amsterdam, te weten de BAD
Haarlemmermeer en de GGD Amstelland de Meerlanden stootten hun activiteiten af richting VZA.
Voorts werd Ambulancezorg Zaanstreek Waterland in zijn geheel overgenomen.
Regionalisering in de ambulancezorg betekende in dit geval het overblijven van twee ambulancediensten:
in de hele regio Amsterdam VZA en in en vanuit Amsterdam de GGD.
Naast het reguliere ambulancevervoer heeft VZA zich ook ontplooid op een tweetal bijzondere terreinen:
één was een erfenis uit het verleden die men niet verloren wilde laten gaan, de ander is zelf opgezet.
Al in 1977 begon Algemeen Ziekenvervoer broeder de Vries als eerste in Nederland met een aparte auto
voor het vervoer van te vroeg geborenen die in een couveuse moeten liggen: de zogenaamde babylance.
Tijdens deze transporten gingen, naast ambulanceverpleegkundige, een neonatoloog/kinderarts mee en
soms nog een neonatologieverpleegkundige.
Bij de overname van broeder de Vries door VZA in 1986 werd ook de babylance overgenomen.
Door VZA werd het project verder vorm gegeven: alle verpleegkundigen worden apart opgeleid voor de
babylancedienst om de continuïteit beter te kunnen waarborgen.
Een tweede bijzondere activiteit betreft VZA International. In 1987 werd besloten om ook internationaal
vervoer vanuit VZA te gaan verzorgen. Dit vervoer bestaat uit vervoer van gewonde of zieke Nederlanders
die in het buitenland verblijven en gerepatrieerd moeten worden. Het omvat zowel liggend vervoer per
ambulance als ook het begeleiden van vervoer middels bijvoorbeeld vliegtuigen ('escortering').
VZA International is in feite vrijwel onafhankelijk en staat in principe los van VZA. Het heeft eigen personeel
en kan in voorkomend geval voor werkpieken een beroep doen op personeel (en voertuigen) van VZA.
Het bedrijf beschikt over een goed uitgerust eigen wagenpark en wordt ook wel ingeschakeld voor
IC-transporten in de regio Amsterdam omdat er gespecialiseerde beademing- en bewakingsapparatuur
aan boord is die niet in een gewone ambulance voorhanden is.
Zorg- en Welzijnsvervoer
De ontstaansgeschiedenis van het Zorg- en Welzijnsvervoer is nauw verbonden met het liggende
ziekenvervoer. Ooit als aanvullende vorm van dienstverlening ontstaan, is dat in wezen heden ten dage nog steeds zo, zij het dat het "complementaire" karakter van deze vorm van zorgvervoer niet meer zo in het oog springt. De reden hiervoor is dat ook het ziekenvervoer een kwaliteitsontwikkeling heeft doorgemaakt.
Naast het liggend en zittend zorgvervoer verricht VZA op aanvraag ook welzijnsvervoer.
In 1996 werd deze tak van dienst onder de naam VZA Stadsvervoer toegevoegd aan de VZA-familie.
VZA toekomst
Steeds meer zijn er ontwikkelingen gaande, zowel bij het zieken-/zorgvervoer als wel bij het welzijnsvervoer,
die direct of indirect de VZA-organisatie aangaan. Niet alleen veranderende wetgeving op het gebied van
kwaliteit van dienstverlening, maar ook zich wijzigende financieringsstructuren, dragen hieraan bij.
Termen als RAV (Regionale Ambulance Voorziening) en Zorgcentrale dienen zich in dit kader aan.
De positie van VZA als partij lijkt bij deze ontwikkeling niet ter discussie te staan. In tegendeel: VZA geeft
mede de richting aan in het veld van zittend en liggend zieken-/zorgvervoer.
VZA











